2019 maart

Onze orthomoleculair therapeute Corry van der Voort plaatst regelmatig blogs over wat voeding doet met je lijf, met je welzijn. Maar dan nog is het misschien moeilijk voor te stellen wat orthomoleculaire therapie nou voor je kan doen. Onderstaand verhaal komt van een cliënt van Corry. Dankjewel Nellie, dat we dit zo mogen plaatsen!

“Mijn kennismaking en ervaring met orthomoleculaire geneeskunde.

Ik ben een vrouw van 58 jaar en na een vervelende blessure kwam ik in een neerwaartse spiraal terecht wat mijn gezondheid betreft.

Allang genezen van mijn kwetsuur bleef ik kwakkelen met erg vervelende onbegrepen klachten.

Veel buikpijn, erg gespannen spieren, en door een overactieve blaas kon ik erg slecht slapen.

Bij de uroloog werd het blaaspijnsyndroom bij mij geconstateerd wat inhoud dat er een infectie in de blaas zit die niet wordt veroorzaakt door een virus of bacteriën. Behalve symptoom bestrijding is hier weinig aan te doen. Ik moest hier dus mee leren leven. Ik kreeg het er mentaal erg moeilijk mee omdat ik in mijn dagelijkse leven veel moest inleveren. Mijn fysiotherapeute gaf aan dat ze zelf veel baat had gehad bij orthomoleculaire geneeskunde en gaf me de tip om naar Corry van der Voort te gaan. Met de gedachte baat het niet dan schaadt het niet heb ik een afspraak met Corry gemaakt.

Had ik dit maar eerder gedaan.

Corry legde mij in duidelijke taal uit wat het menselijk lichaam wel en niet nodig heeft om goed zijn werk te doen. Ze zocht uit wat er bij mij aan schortte en schreef mij verschillende supplementen voor. Daar naast kreeg ik een goed voedingsadvies. Met goede moed ging ik aan de slag. Ik paste mijn manier van eten aan en slikte trouw de voorgeschreven supplementen. En dat heeft zijn werk gedaan! Mijn blaas is een stuk rustiger geworden en de spierspanning is verdwenen. Daarbij slaap ik beter, ben een stuk fitter geworden en kan daardoor mijn dagelijkse bezigheden weer oppakken. Ik heb alles als zeer positief ervaren en ben erg blij dat ik de stap heb gezet om mijn heil te zoeken bij Corry.

Nellie”

De afgelopen blogs gingen over vetten, eiwitten en koolhydraten. In dit blog ga ik het hebben over de lever, galwegen en galblaas

Wat heb jij op je lever? Je gal spuwen. Bekende Nederlandse spreekwoorden, die duidelijk iets over de lever en de gal vertellen. En hoe mensen reageren naar aanleiding van iets wat ze overkomt. Hoe kan het, dat bepaalde reacties van mensen gekoppeld zijn aan bepaalde organen? Daarvoor is het zinvol om eerst te weten, wat het orgaan voor ons lichaam betekent.

Ligging van de lever en de galblaas

De functie van de lever en de galblaas

De lever met daaraan gekoppelde galblaas ligt rechts onder de ribbenkast. De lever speelt een centrale rol bij de spijsvertering, omdat alle opgenomen voedingsstoffen direct via het bloed door het poortaderstelsel naar de lever wordt getransporteerd, om daar al een selectie te maken van wat wel of niet goed is voor ons lichaam. Wat niet goed is, wordt meteen ontgift. Dit ontgiften gebeurt in twee fases. In de eerste fase worden de gifstoffen zo gemaakt dat ze oplosbaar worden in water of vet. Dan zijn het nog steeds gifstoffen. Gedurende de tweede fase worden de gifstoffen geneutraliseerd, zodat ze zonder schade te berokkenen uitgescheiden kunnen worden via de nieren en de blaas, of via de darmen (stoelgang). Dit ontgiften vraagt veel micronutriënten in de vorm van vitaminen, mineralen, spoor-elementen en vooral ook enzymen. Enzymen zijn stofjes, die de chemische reacties activeren. Ook bij de enzymen, gemaakt door ons lichaam, zijn vitaminen en mineralen betrokken. Het hele gebeuren in de lever is een enorm ingewikkeld biochemisch proces. Dit biochemisch proces kan er voor zorgen dat de mens kan vernieuwen. Elke seconden worden cellen vernieuwd. Zo leven de slijmvliescellen van de darmen maar vier dagen, terwijl de botten elke zeven jaar helemaal vernieuwd zijn. Dit proces van vernieuwing kan er voor zorgen, dat veroudering minder snel toeslaat.

Je gal spuwen

De lever en de galblaas hebben een speciale functie bij de vetvertering. De gevormde galzure zouten in de lever kunnen worden opgeslagen in de galblaas. Galzure zouten zorgen tussen de maaltijden door voor het schoonhouden van de dunne darm. Veel ziekmakende micro-organismen kunnen niet leven in een omgeving met gal. Als er een vetrijke maaltijd wordt genuttigd, zal de galblaas samenknijpen en extra galzure zouten in de darm brengen, om de vetten te verdelen in heel kleine bolletjes, zodat ze opgenomen kunnen worden door de lymfe en het bloed.
De gal voert stoffen af naar de darmen, die door de lever zijn ontgift.

Daarmee spiegelt de gal het afvoeren van giftige emoties of trauma’s, waardoor er een vrije doorstroom van energieën en emoties kan komen. Meestal hebben deze emoties te maken met frustratie, machteloze kwaadheid die niet is geuit, en zwartgalligheid.

De lever heeft heel veel functies, die allemaal te maken hebben met opbouw en afbraak van stoffen. Van de opslag van glucose naar glycogeen en terug naar energie als daar om wordt gevraagd, tot de opbouw van menselijke eiwitten (bouw- en herstel stoffen) en de afbraak van overtollige aminozuren. Zo zijn er nog een veel meer functies die de lever uitvoert. Direct en indirect heeft de lever invloed op heel veel systemen in het lichaam, maar ook op ons humeur. Dit wordt het biotransformatieproces van de lever genoemd. De kracht van de lever geeft kracht aan het lichaam. De spiegel naar de psychologische betekenis staat voor de kracht van de mens, die meester is over zijn bewuste en onbewuste emoties, door te vertrouwen op al die transformatieprocessen. Belangrijk hierbij is het geloof en vertrouwen in ons zelf met betrekking tot onze kritische verwerking en ervaringen.

Overbelaste lever

De lever is dus een belangrijk orgaan en niet voor niets het grootste ontgiftigingsorgaan van het lichaam. De lever is betrokken bij zo’n 600 stofwisselingsprocessen. Zonder lever zou je niet kunnen leven. De reguliere geneeskunst heeft geen medicijnen voor herstel van de lever. Als het echt misgaat met de lever, is een transplantatie de enige oplossing.

Wanneer er teveel gifstoffen aan de lever worden aangeboden, uit onze voeding en uit het milieu, dan kan de lever het niet meer aan en raakt overbelast. Er is dan nog wel een escaperoute: de gifstoffen worden opgeslagen in lichaamsvet of in ander weefsels. Daarom zijn er in onze huidige maatschappij zoveel mensen te zwaar: we eten te veel en dan ook nog de verkeerde dingen. Ondanks deze “noodoplossing” raakt de lever uiteindelijk uitgeput. Hij moet teveel ongewenste stoffen verwerken of functioneert bijvoorbeeld niet goed als gevolg van erfelijke aanleg, alcoholmisbruik of infectieziekten (virussen, bacteriën, schimmels). Er kunnen problemen ontstaan als het lichaam teveel ongewenste stoffen binnenkrijgt of wanneer de lever niet goed werkt. Sommige gifstoffen kunnen na verloop van tijd weer in de bloedbaan komen, bijvoorbeeld bij afvallen. Een populaire term hiervoor is detoxen. Dit moet met beleid gebeuren, anders is het middel erger dan de kwaal.

Lief zijn voor lever en gal

Naast de specifieke groene groenten, waar de lever heel blij van wordt, zijn er ook diverse kruiden en specerijen, die de werking van lever en gal ondersteunen. En deze groenten, kruiden en specerijen zijn ook nog vaak goed te combineren. Vooral het voorjaar is een goede tijd om extra aandacht aan de lever te besteden en te reinigen. De “vastentijd” valt niet voor niets in het voorjaar: de tijd van vasten en transformeren.

Bioactieve Bietjes

De smaak bitter komt amper meer in het voedselpakket voor. Dat is jammer, want deze smaak heeft een sterk geneeskrachtige werking op de lever. Bitterstoffen activeren de afgifte van gal in de darmen. De gal stimuleert de stoelgang, want via de gal loost de lever zijn afvalstoffen in de darmen. De maag houdt ook van bitter en maakt meer maagsap aan wanneer dit voldoende in het eten zit.

Veel bioactieve stoffen in groenten en fruit hebben een bittere smaak. Voorbeelden zijn uien en knoflook, witlof, andijvie, groenlof, flavonoïden uit citrusfruit en groene thee, indolen uit de koolfamilie, polyfenolen in groene thee en druiven en terpenen in kersen en de schil van citrusfruit en rozemarijn. Al deze bioactieve stoffen helpen de lever bij het vangen van vrije radicalen en het verwijderen van toxines. Bitterstoffen zitten vooral in het vlies van graan, het velletje om de noot en de schil en / of pit van groenten en fruit. Bij het raffineren van volle granen, suikerbiet en fruit tot witbrood, witte suiker en vruchtensap verdwijnen deze geneeskrachtige bitterstoffen. Om onze lever en galwegen te ondersteunen is het dus beter om weer volwaardige – liefst biologische – voeding te nemen.

11 Voedingsmiddelen die de lever ondersteunen

  1. Paardenbloem: antioxidant en ontstekingsremmer, verbetert leverfunctie. De wortel en het blad is eetbaar in salades en bevatten veel voedingsstoffen om de lever, de gal en de spijsvertering te ondersteunen. Vooral in het voorjaar zijn de jonge bladeren smakelijk. Later worden ze bitter.
  2. Zoethout: bevat glycyrrhizine, dit versterkt interferon en beschermt daarmee de lever tegen gifstoffen.
  3. Artisjok: antioxidant, helpen tegen oxidatieve stress, ondersteun vernieuwd levercellen en stimuleert galen kan triglyceriden verlagen.
  4. Kurkuma: geelwortel, stimuleert enzymen en is effectief bij de behandeling van hepatitis B en kan ook leververvetting               verlagen. Vergroot de lever ontgiftingscapaciteit om bekende kankerverwekkende stoffen uit de voeding actief af te voeren.
  5. Appels: zijn rijk aan pectine om toxines vrij te maken en bevatten ook appelzuur, wat helpt om lever- en nierstenen te voorkomen.
  6. Witlof: levertonicum, verhoogt galproductie en kan de vorming van leverstenen zowel als galstenen voorkomen. Het helpt tegen de effecten door teveel koffie- en alcoholconsumptie.
  7. Krulzuring: Zuring, wat wordt gebruikt om het bloed te zuiveren, is ook één van de krachtigste kruiden om de lever te ontgiften en galproductie te stimuleren, zodat de vertering en darmbewegingen worden gesteund, wat zorgt voor het verwijderen van afval uit het lichaam.
  8. Bieten: bevatten veel flavonoïden en een stof genaamd betanine, waarvan is gebleken dat het de levergesteldheid in zijn algemeenheid ondersteunt. Het maakt het makkelijker om afvalproducten die de lever heeft uitgefilterd uit het lichaam te verwijderen.
  9. Mariadistel: De zaden bevorderen de productie van gal, ondersteunen de galafvoer en versterken het ontgiftingsproces. De zaden kunnen de groei van nieuw weefsel in de lever te stimuleren. Het weefsel kan namelijk verdwijnen door natuurlijke aandoeningen of ziektes. Een aftreksel van deze zaden helpt om het cholesterolgehalte doeltreffend onder controle te houden en voorziet het lichaam ook van grote hoeveelheden antioxidanten, die belangrijk zijn om vrije radicalen te doen verdwijnen. Daarnaast helpen de zaden ook om ontstekingen van de lever en de galblaas te voorkomen. Vroeger werden ook de bladeren van deze plant gegeten, door eerst de stekels te verwijderen en dan te koken. Deze plant is al beschreven in de 12de eeuw door Hildegard von Bingen (Venusdistel).
  10. Groene thee: wordt algemeen beschouwd als gunstig voor de gezondheid en heeft ook bepaalde voordelen voor de lever. Groene thee bevat veel antioxidanten. Uit een studie onder patiënten die leidden aan een niet-alcoholische leververvetting (kan ontstaan door overmatige suiker consumptie) bleek dat de vetopslag in de lever verminderde door het drinken van (12 weken lang) groene thee.
  11. Rammanas: zwarte radijs, bevat zwavelhoudende olie en is heilzaam voor lever en gal. Kan als groenten in salades worden gegeten of in een smoothie worden verwerkt.

Door voldoende van deze voedingsmiddelen te gebruiken, kan onze lever zijn belangrijke werk in ons lichaam blijven uitvoeren. Een lever in harmonie zorgt voor een goede immuniteit, een goed gewicht en een ontspannen, prettig gevoel. Wie lief is voor zijn of haar lever, is beter in balans en heeft meer plezier in het leven.

Hartelijke groet,

Corry van der Voort,
Verpleegkundige en Orthomoleculair geneeskundige.

Nageslagen literatuur:

Koolhydraten lijkt wel het meest favoriete voeding te zijn voor veel mensen. Kan dat een oorzaak zijn, dat er zoveel mensen afgebrand en moe zijn? En hoe was dat vroeger dan met die zware lichamelijke arbeid? Toen werden er toch ook koolhydraten gegeten.

Hoe het was.

Net na de tweede wereldoorlog was er relatief weinig voedsel, en het voedsel wat er was, werd gekocht in een “levensmiddelen” winkel. Naast de broodmaaltijd was en ’s middags de warme maaltijd, die over het algemeen bestond uit aardappelen met vet (jus), groenten en een paar keer in de week een stukje vlees. Verder kwamen de bonen en peulvruchten op tafel. Buitenlandse gerechten uit de Italiaanse keuken (pasta’s) of de Chinese keuken was niet aan de orde. Misschien een enkeling in de grote steden. Eten in een restaurant was iets voor heel bijzondere gelegenheden.
Na de tweede wereldoorlog deed ook de voedingsindustrie (voedingstechnologie) zijn intrede. Met de komst van de gastarbeiders in de jaren 60 van de vorige eeuw werden ook andere eetgewoonten meegenomen. Diverse restaurantjes deden hun intreden. De eerste zelfbedieningswinkel was er al 1946. Dit bereidde zich langzaam uit tot de nu bestaande supermarket. De eerste kant en klare maaltijd uit de diepvries was er al langer, maar sinds 1990 is deze ook te vinden in het koelvak van de supermarket. Dat betekent, dat er langzaam maar zeker steeds minder wordt gekookt, met steeds minder producten vers van het land. Zelfs in de “gezondheid herstellende instellingen” zoals ziekenhuizen en verpleeghuizen is de grote keuken verdwenen. Daarmee verdween ook de individuele aanpassingen en diëten, die vroeger heel normaal waren in deze instellingen. En daarmee ook het voorbeeld voor de leek, hoe door middel van voeding de gezondheid kan worden bevorderd en hersteld.

Ontwikkelingen die de gezondheid bedreigen.

De mens kan zijn genen aanpassen aan een veranderende leefomgeving. Dit gaat echter heel langzaam. Onze genen veranderen gemiddeld met een snelheid van ongeveer 0,5% per miljoen jaar. En dan nog alleen op het gebied van natuurlijke voedingsmiddelen vanuit een ander klimaat. Denk bijv. eens aan de eskimo. In die noordelijkste omgeving groeien geen groenten. De stofwisseling van de eskimo is dan ook sterk ingesteld op een visrijk menu.
Als je echt gezond oud wilt worden, genieten wil van het leven en ook van je werk, dan is het noodzakelijk om over voldoende energie te beschikken. Deze energie is als allereerste te verkrijgen door verse voeding te gebruiken waarvan 50% uit groenten bestaat. Deze groenten bevatten vitamine, mineralen, spoorelementen en vezels, welke weer helpen om de stoelgang te bevorderen.
Daarnaast is een goede spijsvertering van belang voor een goede opname van de voedingsstoffen. En die zitten nu net in de verse producten, die onbewerkt zijn, met name de groenten. Dat vraagt er dus om, om toch zelf te koken en bewust boodschappen te doen.
Door de 24 uurs economie is er weinig rust meer. Daarom zal je deze zelf dienen te creëren. Een boek lezen geeft meer rust dan continue met je telefoon of computer bezig te zijn. Zitten is het “nieuwe” roken. Met andere woorden: de mens is niet gebouwd voor een zittend leven, maar om elke dag minimaal een paar uur te bewegen. Die beweging zorgt er ook voor dat de bloedsuikerspiegel in balans kan blijven.

 

Suikers, het zoete gevaar.

Er is nog nooit zoveel snel opneembare koolhydraten gegeten als nu. Diverse vormen van brood, pasta’s, aardappelen, ze verhogen allemaal de bloedsuiker-spiegel. Daar tegenover staat, dat bonen en peulvruchten de bloedsuiker nauwelijks verhogen, ook al bevatten ze kool- hydraten, omdat de suikers uit deze producten maar heel langzaam vrijkomen. Dat telt ook, zij het in wat mindere mate, voor bepaalde wortel gewassen zoals de rode bataat, wortelpeterselie en knolselderij omdat deze gewassen veel vezels bevatten. Deze vezels voorkomen, dat de aanwezige koolhydraten snel opgenomen worden in het bloed. En die vezels zijn weer belangrijk voor een goede darmflora en een normale stoelgang. Fruit, als natuurproduct is niet sterk bloedsuiker verhogend, omdat een deel van de fructose eerst in de lever pas kan worden omgezet naar glucose. De lever kan dat maar in beperkte mate doen. Daarom is het zinvol om wel fruit te gebruiken, maar in beperkte mate.
De snel opneembare suikers komen veel voor in alle bewerkte producten. Het verhoogd de bloedsuikerspiegel. Om deze bloedsuikerspiegel binnen de perken te houden wordt onder invloed van hormonen insuline vrijgemaakt, die de suiker uit het bloed haalt en opslaat als glycogeen in de lever en de spieren. Hoe meer snel opneembare suiker je per maaltijd eet, of vaak tussendoortjes met snel opneembare suikers, hoe meer insuline vrij gemaakt wordt. Daardoor zakt de bloedsuiker snel en is er snel weer “honger”. Houdt dit proces langer aan, worden de cel receptoren ongevoeliger voor de insuline en kan de suiker minder snel de cel in komen. Er is dan steeds meer insuline nodig

Mogelijke gevolgen

Als het lichaam steeds meer insuline nodig zal hebben om de hoeveelheid suiker af te breken, zal de alvleesklier – het orgaan dat de insuline aanmaakt –  overuren draaien om de suikerspiegel in balans te houden. Dat is niet alleen vervelend voor de overuren draaiende alvleesklier maar ook voor een heleboel andere organen. Het vergroot het risico op tal van aandoeningen, waarbij laaggradige ontstekingen ontstaan, ten gevolge van de hoge suiker- en insuline spiegels
Te veel geraffineerde koolhydraten zorgen er voor dat er te korten ontstaan van o.a. vitamine B complex, zink, chroom en mogelijk ook nog andere mineralen en spoorelementen.
Genoemde vitaminen en mineralen tekorten ondermijnen het immuunsysteem, mensen kunnen daardoor erg moe worden. Waarbij opvalt, dat bepaalde uren op de dag weinig of geen energie is, of ’s nachts een paar uur wakker liggen. Diabetes 2 is een bekende “ziekte”, waarbij de suikerstofwisseling is verstoord. Maar ook al uit de klachten zich niet als diabetes, kan een verstoorde suikerstofwisseling de basis zijn van heel veel ziekten.

Heeft u hier vragen over, of wilt u er meer van weten, dan kunt u zich melden bij Corry van der Voort, verbonden aan het New Health Centre in Sneek, Kleinzand 151.
Corry van der Voort, verpleegkundige, orthomoleculair geneeskundige

Nageslagen literatuur:

  1. Chenq WW, Zhu Q², Zhang HY. Mineral Nutrition and the Risk of Chronic Diseases: A Mendelian Randomization Study. PMID:30759836
  2. Muskiet F. Suiker is net zo schadelijk als roken’ Interview Frits Muskiet
  3. Ley SH1, Hamdy O2, Mohan V3, Hu FB4   Prevention and management of type 2 diabetes: dietary components and nutritional strategies. PMID:24910231
  4. Udayappan SD1, Kovatcheva-Datchary P2, Bakker GJ1, Havik SR1, Herrema H1, Cani PD3, Bouter KE1, Belzer C4, Witjes JJ1, Vrieze A5, de Sonnaville ESV5, Chaplin A1, van Raalte DH6,7, Aalvink S4, Dallinga-Thie GM1, Heilig HGHJ4, Bergström G2, van der Meij S8, van Wagensveld BA9, Hoekstra JBL5, Holleman F5, Stroes ESG1, Groen AK1,10, Bäckhed F2,11, de Vos WM4,12, Nieuwdorp M1,2,5,6,7. Intestinal Ralstonia pickettii augments glucose intolerance in obesity. PMID:29166392
  5. Karamali M1, Bahramimoghadam S1, Sharifzadeh F1, Asemi Z2 Magnesium-zinc-calcium-vitamin D co-supplementation improves glycemic control and markers of cardiometabolic risk in gestational diabetes: a randomized, double-blind, placebo-controlled trial. PMID:29316405
  6. Muskiet F. Onze voeding moet gebaseerd zijn op eetpatroon oermens’ 4 maart 2008

 

 

 

Een logische stap voor Miranda Bakker

Miranda: “De reguliere zorg is er voor mensen die al een ziekte of aandoening hebben. Maar het is veel beter om ziekte te voorkomen. Zodat wie gezond is, gezond blijft. Dus eerder, preventief ingrijpen.

Het lichaam kan heel veel zelf oplossen en met de juiste voeding en eventueel supplementen kun je jouw eigen lijf daarin ondersteunen.”

Miranda Bakker is van huis uit apotheker, afgestudeerd aan de universiteit van Leiden (1987) en Groningen (1990). Vanuit haar interesse in natuurlijke geneeswijzen heeft Miranda naast de openbare apotheek ook lange tijd Natuur Apotheek Dynamis gehad (2000-2018). Zij heeft dus zowel kennis van reguliere als alternatieve medicatie en mocht deze middelen ook zelf bereiden. Naast haar enorme kennis over medicatie, zowel op reguliere als natuurlijke basis, heeft Miranda opleidingen gevolgd in Orthomoleculaire Therapie en in het coachen van mensen met behulp van het leefstijlprogramma De EetLijn.

“Of je nu overgewicht of ondergewicht hebt. Diabetes of hoge bloeddruk. Vermoeidheid of overgangsklachten. Hoofdpijn of slaap je slecht? Er zijn zoveel situaties waarin ik je kan ondersteunen. En dan niet met het zoveelste (jojo-)dieet, maar door het veranderen van je leefstijl en kijken wat in jouw situatie het beste past. Of wil je deskundig advies over gebruik van voedingssupplementen waarmee je het zelfhelend vermogen van je eigen lichaam activeert? Ik help je graag zodat je weer beter in je vel gaat zitten.”

Ik ben aanwezig bij het New Health Centre op woensdag en donderdag van 10.00uur tot 16.30uur.
Wil je een afspraak maken, dan kan dat via:

Hartelijke groet,

Miranda Bakker